Tagarchief: rechtspraak

zieke tijdelijke werknemer

Boontje komt om zijn loontje?

Geregeld verbaas ik me over kwesties rondom verzuim die werkgevers via de Rechtbank ‘uitvechten’ met UWV. Zo ook deze week; de Rechtbank sprak zich uit over een opgelegde loonsanctie waarbij een zieke tijdelijke werknemer een aantal weken vóór einde dienstverband beter werd gemeld. En zich toch weer ziek meldde …

In het midden blijft of deze werkgever dom gehandeld heeft of op slinkse wijze probeerde onder zijn verantwoordelijkheden uit te komen …

Lees vooral verder wanneer …

U een zieke tijdelijke werknemer beter wilt melden vóór einde dienstverband …
Om de kosten van de Modernisering Ziektewet te beperken …
En u goed wilt weten wat u doet!

In geding

UWV heeft geoordeeld dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht ten aanzien van de zieke ex-werkneemster. Daarom heeft UWV een loonsanctie opgelegd in de vorm van verhaal van ziekengeld en handhaaft dit besluit in bezwaar. De werkgever is het hier niet mee eens en tekent beroep aan bij de Rechtbank.

Zieke tijdelijke werknemer

De werkneemster had een tijdelijk dienstverband tot 3 oktober 2012. Op 28 maart 2012 is zij uitgevallen voor haar werk met klachten van overspannenheid. De bedrijfsarts achtte haar 100% arbeidsongeschikt. Op 4 juni 2012 is gestart met re-integratie in lichte, aangepaste werkzaamheden gedurende 3 dagen per week 2 uur per dag.

Beëindigingsovereenkomst met voorwaarde hersteldmelding

Werkgever en werkneemster zijn een beëindigingsovereenkomst overeengekomen waarin opgenomen is dat per 18 juli 2012 een volledige hersteldmelding volgt. Daarnaast is werkneemster tot einde contract vrijgesteld van werkzaamheden en zijn de re-integratie-activiteiten gestopt.

Geen medische onderbouwing voor herstel

Op 12 juli 2012 is werkneemster nog gezien door de bedrijfsarts. Deze adviseerde om de ingezette re-integratie te continueren en verder uit te bouwen. De herstelmelding op 28 juli 2012 is dus ‘uit de lucht komen vallen’ en is niet gebaseerd op enig medisch oordeel.

Tip

Lees ook deze blog van Jurgen van der Baan:
Gij zult niet op de stoel van de bedrijfsarts plaatsnemen.

Opnieuw een ziekmelding – ziek uit dienst

Werkneemster meldt zich op 14 september 2012 opnieuw ziek. Dus bij het einde van het contract gaat de werkneemster alsnog ziek uit dienst en ontvangt een Ziektewet-uitkering. UWV heeft de re-integratie-activiteiten beoordeeld en als onvoldoende bestempeld, met als gevolg dus de loonsanctie in de vorm van verhaal van ziekengeld.

Standpunt werkgever

De werkgever stelt dat er maar een korte periode van ziekte is geweest toen werkneemster uit dienst ging (van 14 september tot 3 oktober). Daarmee zou hij geen re-integratieverplichtingen gehad hebben en kan ook geen loonsanctie opgelegd worden.

Uitspraak Rechtbank

De Rechtbank volgt niet dat werkneemster zich zelfstandig hersteld heeft gemeld, omdat de hersteldmelding onderdeel uitmaakte van de beëindigingsovereenkomst. De Rechtbank is van oordeel er sprake is geweest van doorlopende arbeidsongeschiktheid. De werkgever heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat er sprake is geweest van twee afzonderlijke ziekteperioden bij de werkneemster.

Dat de werkgever op 18 juli 2012 de re-integratieactiviteiten stopzette en de werkneemster vrijstelde van werkzaamheden, heeft geleid tot onnodige stagnatie van de re-integratie. De beëindigingsovereenkomst maakt dit niet anders, omdat de daarin vastgelegde afspraken de werkgever niet ontsloegen van zijn wettelijke re-integratieplicht.

De rechtbank komt tot de conclusie dat UWV terecht en op goede gronden het ziekengeld op de werkgever heeft verhaald. hoofdpijndossier

Extra zuur

Deze werkgever zal de Ziektewet-uitkering ook terugzien in de Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De verhaalsanctie leidt er niet toe dat de Ziektewet-uitkering niet doorbelast wordt.

Mijn verbazing

Het verbaast mij dat de werkgever een beëindigingsovereenkomst opstelt voor een werkneemster van wie het contract binnenkort van rechtswege eindigt. Wat is daar de toegevoegde waarde van? Om de hersteldmelding ‘veilig te stellen’? Uit deze casus blijkt eens te meer dat UWV daar niet intrapt, en terecht. En het is voorspelbaar; de werknemer komt uiteindelijk bij het UWV voor een uitkering en zal vertellen al een tijd ziek te zijn. Dan dus geen WW, maar Ziektewet.

Wat had de werkgever beter kunnen doen?

Deze werkgever had zich moeten realiseren dat er evident sprake was van ziekte. Dat de werkneemster ziek uit dienst gaat, en dat de werkgever opdraait voor de Ziektewet-uitkering, is dan (helaas) een feit. Als u als werkgever de kosten van de Ziektewet-uitkering niet wilt dragen, overweeg dan een verlenging van het dienstverband totdat herstel heeft plaatsgevonden (en medisch is onderbouwd door de bedrijfsarts). Wel even opletten of dan het tijdelijke contract door de ketenbepaling geen vaste aanstelling wordt, en natuurlijk dat herstel naar verwachting niet al te lang op zich zal laten wachten.

Hersteldmelding vóór einde dienstverband niet altijd fout

Overigens zal een hersteldmelding kort voor einde contract niet in alle gevallen desastreuze gevolgen hebben. Bijvoorbeeld wanneer u flinke ruzie hebt samen en de werknemer zich daarom ziek heeft gemeld. Dan is het wel zaak dat de bedrijfsarts vaststelt dat er géén sprake is van medische beperkingen, en dat in een andere omgeving volledige geschiktheid tot werken bestaat. Dan kunt u de hersteldmelding veilig doorvoeren op basis van het medisch oordeel. Als de werknemer dan bij UWV claimt ziek te zijn, kunt u dit weerleggen. Desnoods in bezwaar tegen de toekenning van de Ziektewet-uitkering die u dan van UWV krijgt.

Meer tips en tricks

Er zijn meer mogelijkheden om de kosten van de Ziektewet-uitkering af te wenden. Heeft u een zieke tijdelijke werknemer en wilt u weten wat de risico’s zijn? Neem dan contact met mij op.

Link naar de volledige uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2014:9221

zieke tijdelijke werknemer

UWV meet met twee maten

Deze week heb ik weer eens een bijzondere uitspraak over een loonsanctie gevonden in de recente wetsgeschiedenis.

In geding:

  • UWV heeft de WIA-beoordeling uitgevoerd na 104 weken (dus geen loonsanctie)
  • Werknemer stelt werkgever aansprakelijk voor te weinig re-integratieinspanningen in het eerste spoor en eist een derde jaar loonbetaling

Bijzondere uitspraak:

  • Werkgever kan niet verweten worden dat zij te weinig onderzoek heeft gedaan naar mogelijkheden in spoor 1 door het ingezette AD-onderzoek
  • Er wordt alleen gekeken naar het feit dat de werkgever het advies van de ingehuurde deskundige heeft gevolgd
  • Niet wordt geoordeeld of het advies van de deskundige op juiste gronden gebaseerd is
  • Daarom geen veroordeling tot een loonsanctie

Mijn conclusie:

  • Wanneer UWV zichzelf moet beoordelen, wordt hun eigen RIV-toets artikel 5.3.4 “Visie externe deskundigen *” gemakshalve terzijde geschoven, ook door de Centrale Raad van Beroep
  • In het geding had op zijn minst had een inhoudelijke toets op de mogelijkheden in spoor 1 moeten plaatsvinden
  • Deze uitspraak staat haaks op eerdere uitspraken dat een werkgever zich niet kan verschuilen achter adviezen van ingehuurde deskundigen

* artikel 5.3.4 “Visie externe deskundigen”:
Heeft de werkgever zijn visie (geen mogelijkheden bij eigen werkgever) gebaseerd op de mening van een externe deskundige, bijvoorbeeld een AD, dan mag de UWV AD deze visie niet automatisch overnemen. De UWV AD zal de visie van de werkgever altijd gemotiveerd moeten overnemen of gemotiveerd moeten weerleggen.

Ik vind het leuk voer voor discussie, en ik ben benieuwd naar jullie inzichten!