Tagarchief: WGA

Zegeningen tellen

Door: Margreet Schot, specialist bezwaar WHK en WIA

Recent heb ik bezwaar ingediend namens onze klant nadat een ex-werkneemster na een herbeoordeling ongewijzigd 80-100% arbeidsongeschikt werd bevonden.

Mevrouw had sinds 2014 een WGA-uitkering in verband met volledige arbeidsongeschiktheid. Ondanks vele behandelingen is de belastbaarheid niet toegenomen en volgens de stukken was er sinds 2016 geen lopende behandeling meer. Zelfs de verwachte verbetering volgens de verzekeringsarts in 2016 was uitsluitend gebaseerd op een verbetering van de algehele conditie en uithoudingsvermogen, niet meer op diverse behandelopties. In 2016 vond de verzekeringsarts hierdoor dat een herbeoordeling aan de orde was in 2018.

Mijns inziens was hierdoor de ruimte voor de verzekeringsarts inmiddels ernstig beperkt om alsnog aan te nemen dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is en leek het niet realistisch om nu, 2 jaar na de verwachte verbetering, alsnog te verwachten dat de belastbaarheid nog wel zal toenemen.

Ik verzocht in mijn bezwaarschrift het UWV om IVA met terugwerkende kracht toe te kennen, met ingang van oktober 2018, omdat toen de professionele herbeoordeling gedaan had moeten worden en ze dit hadden nagelaten.

Bezwaar is gegrond, echter datum ingang IVA werd vastgesteld op de datum van herbeoordeling in 2019. Rest ons om in beroep te gaan tegen de ingangsdatum. Een overleg met de klant volgt. Want dat betekent natuurlijk nogal wat. Een langdurig traject, waarmee ook de ex-werkneemster weer wordt belast. Weegt dat op tegen de extra kostenbesparing van de ingangsdatum circa 9 maanden eerder? Willen we dit? Of tellen we onze zegeningen en de besparing op dit dossier door de IVA vanaf 2019. Wikken en wegen voor de klant. Vandaag het verlossende antwoord: we tellen onze zegeningen en sluiten het dossier. Mevrouw heeft de uitkering waar ze recht op heeft en een forse besparing valt de ex-werkgever ten deel. Al met al een traject waar ik tevreden over mag zijn.

Ziek één dag na het einde van het dienstverband

Komt u ze weleens tegen op uw WHK-nota? Een Ziektewetuitkering die aan u toegerekend wordt voor een ex-werknemer die zich ziek meldt bij UWV op de eerste dag ná het einde van het dienstverband? Laatst hadden we er weer eentje… lees mee hoe we de toerekening ongedaan konden maken!

Omdat de wet- en regelgeving rondom premie WHK, instroom, toekenning, toerekening, bezwaar, herziening, rol UWV, rol Belastingdienst etc. best ingewikkeld is, geven we in dit artikel meer inzicht in het gehele proces.

Leestijd: ongeveer 6 minuten

Context: de niet-eigenrisicodrager

Eerst een korte toelichting op de context van dit artikel. Onze dienstverlening is specifiek gericht op de werkgever die géén eigenrisicodrager is. Dat betekent dat de werkgever de Ziektewet- en WGA-lasten betaalt via de Beschikking Loonheffingen gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas, kortom de WHK-nota. Deze nota ontvangt de werkgever van de Belastingdienst, jaarlijks doorgaans op de laatste vrijdag van november.

De instroomlijst

Bij elke controle van de WHK-nota beginnen we met het opvragen van de instroomlijsten van de afgelopen vijf jaar. De instroomlijst laat zien welke Ziektewet- en WGA-uitkeringen van (ex-)werknemers -de instromers- aan de werkgever toegerekend worden. De instroomlijst van enig jaar is de optelsom van alle uitkeringen van twee jaar eerder. Op de instroomlijst van 2021 ziet u alle uitkeringen van 2019 terug.

Toerekening Ziektewet- en WGA-lasten

Een toerekening van Ziektewet- of WGA-lasten houdt in dat de premie WHK van de werkgever stijgt; een grote werkgever betaalt daardoor een extra WHK-premie die nominaal zo’n 30% tot 40% hoger is dan de door (ex-)werknemer ontvangen Ziektewet- en/of WGA-uitkering.

Controle toegerekende Ziektewet- en WGA-uitkeringen

Op de ontvangen instroomlijsten voeren we een aantal analyses uit. Een relatief klein onderdeel is of de instromer op de eerste ziektedag wel in dienst was bij de werkgever. Alleen wanneer de eerste ziektedag binnen het dienstverband ligt, komt een uitkering voor rekening van de werkgever, en in een beperkt aantal gevallen ook als de eerste ziektedag ligt binnen 28 dagen na einde van het dienstverband. Dit is alleen als er binnen die 28 dagen geen nieuwe verzekeringsgrond is ontstaan.

Ziek ná toekenning WW-uitkering = nieuwe verzekeringsgrond

Wanneer iemand ziek wordt vóórdat er een WW-toekenning is, komt de Ziektewetuitkering voor rekening van de werkgever. Als de ziekmelding plaatsvindt tijdens de WW-periode, is de WW de verzekeringsgrond en vindt er géén toerekening aan de werkgever plaats.

Opvallend vaak ziek op de eerste dag na het einde van het dienstverband

Wij vinden het opvallend dat er geregeld een Ziektewetuitkering aan een werkgever toegerekend wordt voor een ex-werknemer die zich bij UWV ziek heeft gemeld op de éérste dag na het einde van het dienstverband. Er is nog geen WW, ‘dus’ mag de werkgever betalen. Zelfs al kan de werkgever geen invloed uitoefenen op het herstel en de re-integratie van de ex-werknemer. Die verantwoordelijkheid ligt dan bij UWV.

Plausibele verklaring: verzuim proberen weg te moffelen

Soms zien we na een verdere analyse van het (medisch) dossier dat de werkgever vrijstelling van werkzaamheden heeft verleend aan iemand die ziek was, een herstelmelding heeft doorgevoerd en dat een maand later de arbeidsovereenkomst eindigt met een vaststellingsovereenkomst. Niet handig maar in zo’n situatie kan het wel verklaarbaar zijn dat de ex-werknemer nog steeds beperkingen had. En betaalt de ex-werkgever (in onze ogen) terecht voor de dan direct toegekende Ziektewetuitkering.

Tijdens het dienstverband was er nog niets aan de hand?

Dát zijn inderdaad de Ziektewetuitkeringen die we onder een vergrootglas leggen. Ex-werknemer heeft tot het einde van het dienstverband de eigen werkzaamheden ‘gewoon’ uitgevoerd, en zou dat een dag later niet meer kunnen? Daar moet meer aan de hand zijn!

Onderzoek via bezwaar

Wanneer je de plausibiliteit van de ziekmelding wilt onderzoeken als inmiddels ex-werkgever, is haast geboden. Wanneer UWV de beschikking ‘Toekenning Ziektewetuitkering’ afgeeft, staat tegen die beschikking de mogelijkheid van bezwaar open. De bezwaartermijn verstrijkt zes weken na afgifte van de beschikking. Eén dag te laat je bezwaar insturen en het bezwaar is niet-ontvankelijk. Kans verkeken.

Maarre… als je de instroomlijst ontvangt ben je toch al twee jaar verder?

Klopt. Instromers zie je pas twee jaar ná de start van de uitkering op je instroomlijst terug. De termijn om bezwaar te kunnen voeren is dan ruimschoots voorbij. Daarom adviseren we om beschikkingen van UWV direct te (laten) controleren. In onze praktijk zien we dat werkgevers deze snelheid niet altijd betrachten, waardoor we een dergelijke situatie pas -meer dan- twee jaar later signaleren. Het alsnog verkrijgen van een voor bezwaar vatbare beschikking is geen sinecure.

‘Onze’ casus

Het einde van het dienstverband met een ziekmelding één dag later speelde in ‘onze’ casus een aantal jaar geleden. Omdat we de mogelijkheid van bezwaar creëerden, konden we door onze status als professioneel rechtshulpverlener via een bezwaarprocedure alsnog gedegen onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de ziekmelding en daarmee de toerekening aan de werkgever. Wat bleek? De ziekmelding bij UWV deed de betrokken ex-werknemer ‘pas’ drie weken na het einde van het dienstverband. En in de eerste rapportages van de Ziektewet stond dat het een ‘zieke WW’er’ betrof.

Wel WW of geen WW?

In eerste instantie kreeg de betrokken ex-werknemer een WW-uitkering. De WW-uitkering is ingetrokken vanwege de ziekmelding na drie weken. En de eerste ziektedag werd bepaald op de eerste dag na het einde van het dienstverband. Waarom de ongeschiktheid tot werken op juist díe dag aan de orde was, en niet drie weken later op de dag van de ziekmelding zelf, was volstrekt onduidelijk. Op de laatste dag van het dienstverband was er géén ongeschiktheid tot werken en er was geen medisch objectiveerbare reden waarom dat een dag later anders was.

Beslissing op bezwaar: géén toerekening

Via de beslissing op het bezwaar kregen we van UWV de bevestiging dat de plausibiliteit van het ‘niet kunnen verrichten van zijn arbeid als medisch objectiveerbaar gevolg van ziekte of gebrek’ niet aantoonbaar was voor de datum in geding. Uitkomst: bezwaar gegrond, de uitkeringslast wordt niet aan de werkgever toegerekend. Dit zijn onze Geluksmomentjes 🙂

Uitvoering beslissing op bezwaar

Nu kun je denken dat de kous hiermee af is. Nee hoor, de vervolgstap is om de bevestiging van UWV bij de Belastingdienst naar binnen te loodsen. Immers, de afzender van de Beschikking Loonheffingen gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas is de Belastingdienst. Middels een herzieningsverzoek op de verstreken jaren gaat de toerekening pas écht van tafel, en moet de te veel betaalde WHK-premie (een kleine € 45.000) retour. Wij stoppen pas als het geld op de rekening van de werkgever staat!

Heeft u een soortgelijk vraagstuk?

Bovenstaand relaas geeft een goed beeld, echter laat niet de volle omvang van de behandeling van dit dossier zien. Er zijn meerdere kritische beslismomenten in de aanpak van een dergelijke casus die grote gevolgen kunnen hebben voor de goede afloop. Net als The incredible Dr. Pol (NatGeo) geven we het advies om een specialist te raadplegen om de beste strategie te bepalen.

Wij helpen u graag

Wanneer u van UWV een beschikking krijgt over de toekenning van een Ziektewetuitkering voor iemand die op de laatste dag van het dienstverband nog níet ziek was, trek dan meteen bij ons aan de bel. Voor ingewikkelde zaken bereikt u ons eenvoudig:

Bel 026-2022155
Mail naar info@wijzerinverzuim.nl
Of check onze contactpagina

€ 5.000 of niets: (On)afhankelijk advies loont

Als ondernemer heb ik eerlijkheid en rechtvaardigheid hoog in mijn vaandel staan. Elke keer als ik zie dat een werkgever niet volledig geïnformeerd is door zijn adviseur en daardoor te veel betaalt, voel ik bijna plaatsvervangende schaamte.

Laatst gebeurde het weer: een werkgever had een voorstel gekregen voor verlenging van zijn WGA-eigenrisicoverzekering. De premie was behoorlijk gestegen door tegenvallende resultaten bij de verzekeraar. Daarop heeft de verzekeringsadviseur meerdere verzekeringen vergeleken. Uiteindelijk was de premie elders 0,08% lager, voor deze werkgever een voordeel van zo’n € 2.700.

Mooie besparing? Mja. Goed advies? Nou nee.

Wat in het advies namelijk niet terugkwam, is de mogelijkheid om terug te keren naar het UWV. Hiermee is deze werkgever meer dan € 40.000,- per jaar voordeliger uit. Er zitten nog wel heel wat haken en ogen aan, dus mijn advies is om deze beslissing zeker niet over één nacht ijs te nemen en goed door te spreken met uw assurantieadviseur.

afhankelijk-onafhankelijkCruciale vraag: waarom heeft de verzekeringsadviseur hier niet op gewezen?
Ik kan maar één conclusie trekken (met het risico half verzekerend Nederland over me heen te krijgen): door terugkeer naar het UWV te adviseren, verliest deze adviseur zijn bijna € 5.000 provisie. Dat laat hij dus wel uit zijn hoofd.

Gelukkig zijn er ook adviseurs die uw belang wél voorop hebben staan. Zij zetten de keuze voor een private verzekering of terugkeer naar het UWV naast elkaar. U weet nu hoe u het kaf van het koren scheidt.

Indien gewenst, brengen wij u in contact met een Wft-adviseur die over de juiste kennis beschikt.

Bel 026-2022155
Mail naar info@wijzerinverzuim.nl
Of check onze contactpagina