Tagarchief: WGA

top 10

Ziek één dag na het einde van het dienstverband

Komt u ze weleens tegen op uw WHK-nota? Een Ziektewetuitkering die aan u toegerekend wordt voor een ex-werknemer die zich ziek meldt bij UWV op de eerste dag ná het einde van het dienstverband? Laatst hadden we er weer eentje… lees mee hoe we de toerekening ongedaan konden maken!

Omdat de wet- en regelgeving rondom premie WHK, instroom, toekenning, toerekening, bezwaar, herziening, rol UWV, rol Belastingdienst etc. best ingewikkeld is, geven we in dit artikel meer inzicht in het gehele proces.

Leestijd: ongeveer 6 minuten

Context: de niet-eigenrisicodrager

Eerst een korte toelichting op de context van dit artikel. Onze dienstverlening is specifiek gericht op de werkgever die géén eigenrisicodrager is. Dat betekent dat de werkgever de Ziektewet- en WGA-lasten betaalt via de Beschikking Loonheffingen gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas, kortom de WHK-nota. Deze nota ontvangt de werkgever van de Belastingdienst, jaarlijks doorgaans op de laatste vrijdag van november.

De instroomlijst

Bij elke controle van de WHK-nota beginnen we met het opvragen van de instroomlijsten van de afgelopen vijf jaar. De instroomlijst laat zien welke Ziektewet- en WGA-uitkeringen van (ex-)werknemers -de instromers- aan de werkgever toegerekend worden. De instroomlijst van enig jaar is de optelsom van alle uitkeringen van twee jaar eerder. Op de instroomlijst van 2021 ziet u alle uitkeringen van 2019 terug.

Toerekening Ziektewet- en WGA-lasten

Een toerekening van Ziektewet- of WGA-lasten houdt in dat de premie WHK van de werkgever stijgt; een grote werkgever betaalt daardoor een extra WHK-premie die nominaal zo’n 30% tot 40% hoger is dan de door (ex-)werknemer ontvangen Ziektewet- en/of WGA-uitkering.

Controle toegerekende Ziektewet- en WGA-uitkeringen

Op de ontvangen instroomlijsten voeren we een aantal analyses uit. Een relatief klein onderdeel is of de instromer op de eerste ziektedag wel in dienst was bij de werkgever. Alleen wanneer de eerste ziektedag binnen het dienstverband ligt, komt een uitkering voor rekening van de werkgever, en in een beperkt aantal gevallen ook als de eerste ziektedag ligt binnen 28 dagen na einde van het dienstverband. Dit is alleen als er binnen die 28 dagen geen nieuwe verzekeringsgrond is ontstaan.

Ziek ná toekenning WW-uitkering = nieuwe verzekeringsgrond

Wanneer iemand ziek wordt vóórdat er een WW-toekenning is, komt de Ziektewetuitkering voor rekening van de werkgever. Als de ziekmelding plaatsvindt tijdens de WW-periode, is de WW de verzekeringsgrond en vindt er géén toerekening aan de werkgever plaats.

Opvallend vaak ziek op de eerste dag na het einde van het dienstverband

Wij vinden het opvallend dat er geregeld een Ziektewetuitkering aan een werkgever toegerekend wordt voor een ex-werknemer die zich bij UWV ziek heeft gemeld op de éérste dag na het einde van het dienstverband. Er is nog geen WW, ‘dus’ mag de werkgever betalen. Zelfs al kan de werkgever geen invloed uitoefenen op het herstel en de re-integratie van de ex-werknemer. Die verantwoordelijkheid ligt dan bij UWV.

Plausibele verklaring: verzuim proberen weg te moffelen

Soms zien we na een verdere analyse van het (medisch) dossier dat de werkgever vrijstelling van werkzaamheden heeft verleend aan iemand die ziek was, een herstelmelding heeft doorgevoerd en dat een maand later de arbeidsovereenkomst eindigt met een vaststellingsovereenkomst. Niet handig maar in zo’n situatie kan het wel verklaarbaar zijn dat de ex-werknemer nog steeds beperkingen had. En betaalt de ex-werkgever (in onze ogen) terecht voor de dan direct toegekende Ziektewetuitkering.

Tijdens het dienstverband was er nog niets aan de hand?

Dát zijn inderdaad de Ziektewetuitkeringen die we onder een vergrootglas leggen. Ex-werknemer heeft tot het einde van het dienstverband de eigen werkzaamheden ‘gewoon’ uitgevoerd, en zou dat een dag later niet meer kunnen? Daar moet meer aan de hand zijn!

Onderzoek via bezwaar

Wanneer je de plausibiliteit van de ziekmelding wilt onderzoeken als inmiddels ex-werkgever, is haast geboden. Wanneer UWV de beschikking ‘Toekenning Ziektewetuitkering’ afgeeft, staat tegen die beschikking de mogelijkheid van bezwaar open. De bezwaartermijn verstrijkt zes weken na afgifte van de beschikking. Eén dag te laat je bezwaar insturen en het bezwaar is niet-ontvankelijk. Kans verkeken.

Maarre… als je de instroomlijst ontvangt ben je toch al twee jaar verder?

Klopt. Instromers zie je pas twee jaar ná de start van de uitkering op je instroomlijst terug. De termijn om bezwaar te kunnen voeren is dan ruimschoots voorbij. Daarom adviseren we om beschikkingen van UWV direct te (laten) controleren. In onze praktijk zien we dat werkgevers deze snelheid niet altijd betrachten, waardoor we een dergelijke situatie pas -meer dan- twee jaar later signaleren. Het alsnog verkrijgen van een voor bezwaar vatbare beschikking is geen sinecure.

‘Onze’ casus

Het einde van het dienstverband met een ziekmelding één dag later speelde in ‘onze’ casus een aantal jaar geleden. Omdat we de mogelijkheid van bezwaar creëerden, konden we door onze status als professioneel rechtshulpverlener via een bezwaarprocedure alsnog gedegen onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de ziekmelding en daarmee de toerekening aan de werkgever. Wat bleek? De ziekmelding bij UWV deed de betrokken ex-werknemer ‘pas’ drie weken na het einde van het dienstverband. En in de eerste rapportages van de Ziektewet stond dat het een ‘zieke WW’er’ betrof.

Wel WW of geen WW?

In eerste instantie kreeg de betrokken ex-werknemer een WW-uitkering. De WW-uitkering is ingetrokken vanwege de ziekmelding na drie weken. En de eerste ziektedag werd bepaald op de eerste dag na het einde van het dienstverband. Waarom de ongeschiktheid tot werken op juist díe dag aan de orde was, en niet drie weken later op de dag van de ziekmelding zelf, was volstrekt onduidelijk. Op de laatste dag van het dienstverband was er géén ongeschiktheid tot werken en er was geen medisch objectiveerbare reden waarom dat een dag later anders was.

Beslissing op bezwaar: géén toerekening

Via de beslissing op het bezwaar kregen we van UWV de bevestiging dat de plausibiliteit van het ‘niet kunnen verrichten van zijn arbeid als medisch objectiveerbaar gevolg van ziekte of gebrek’ niet aantoonbaar was voor de datum in geding. Uitkomst: bezwaar gegrond, de uitkeringslast wordt niet aan de werkgever toegerekend. Dit zijn onze Geluksmomentjes 🙂

Uitvoering beslissing op bezwaar

Nu kun je denken dat de kous hiermee af is. Nee hoor, de vervolgstap is om de bevestiging van UWV bij de Belastingdienst naar binnen te loodsen. Immers, de afzender van de Beschikking Loonheffingen gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas is de Belastingdienst. Middels een herzieningsverzoek op de verstreken jaren gaat de toerekening pas écht van tafel, en moet de te veel betaalde WHK-premie (een kleine € 45.000) retour. Wij stoppen pas als het geld op de rekening van de werkgever staat!

Heeft u een soortgelijk vraagstuk?

Bovenstaand relaas geeft een goed beeld, echter laat niet de volle omvang van de behandeling van dit dossier zien. Er zijn meerdere kritische beslismomenten in de aanpak van een dergelijke casus die grote gevolgen kunnen hebben voor de goede afloop. Net als The incredible Dr. Pol (NatGeo) geven we het advies om een specialist te raadplegen om de beste strategie te bepalen.

Wij helpen u graag

Wanneer u van UWV een beschikking krijgt over de toekenning van een Ziektewetuitkering voor iemand die op de laatste dag van het dienstverband nog níet ziek was, trek dan meteen bij ons aan de bel. Voor ingewikkelde zaken bereikt u ons eenvoudig:

Bel 026-2022155
Mail naar info@wijzerinverzuim.nl
Of check onze contactpagina

Re-integratie met boter op ’t hoofd

Minister Asscher verklaarde tijdens de Commissievergadering SZW op 3 oktober 2013 dat de verzekeraar een belang heeft bij re-integratie. En dat de verzekeraar zich dus wel zal bekommeren om de re-integratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers.

Laat mij u uit de droom helpen mijnheer Asscher

Niet voor niets hebben verzekeraars miljoenen verlies geleden op hun WGA-portefeuilles. Dat is echt niet geweest omdat ze zich zo druk hebben gemaakt om re-integratie. Hadden ze dat wel gedaan, waren de druiven minder zuur.

Uitkeringsfabriek wordt schademanager

Wel is een kentering gaande. Verzekeraars bewegen meer en meer van uitkeringsfabriek naar schademanager. Maar daarmee is mij nog steeds niet gezegd dat de re-integratie voor gedeeltelijk geschikte uitkeringsgerechtigden geborgd is. Verzekeraars hanteren – logischerwijs – het kosten/baten-principe. Levert re-integratie te weinig of niets op? Dan geen actie door de verzekeraar. En laten we wel wezen: zodra iemand door zijn loongerelateerde uitkering heen is, is er voor de verzekeraar geen besparing meer te halen door iemand aan het werk te krijgen.

Handhaving

Dus mijnheer Asscher, voor daadwerkelijke arbeidsondersteuning aan gedeeltelijk geschikten is het veel te kort door de bocht om te stellen dat de verzekeraar dit wel op zal pakken. Mijns inziens kunt u deze kwetsbare groep veel beter helpen door handhaving af te dwingen van artikel 42 Wet WIA: re-integratieplicht eigenrisicodrager.

Prikkelwerking WIA: beter laat dan nooit?

In de Commissievergadering SZW van 3 oktober 2013 kwam de Prikkelwerking WIA aan bod. Naar mijn idee is hier te kort bij stilgestaan en hebben de raadsleden kansen laten liggen.

Wat houdt de Prikkelwerking WIA in

Iedereen die gedeeltelijk geschikt is om te werken, zal er alles aan moeten doen om die restverdiencapaciteit (rvc) te benutten. De WGA kent hiervoor een prikkel: benut je je rvc, heb je recht op een loonaanvullingsuitkering, en anders krijg je een vervolguitkering (vvu).

Praktijkvoorbeeld:
David is 50% arbeidsgeschikt, zijn inkomen bedroeg voorheen € 30.000. Hiermee is zijn restverdiencapaciteit € 15.000. Wanneer hij dit daadwerkelijk verdient, bedraagt zijn totale inkomen Lees verder